Irene T.M. Lindenburg

Onderzoek

Haar onderzoek betreft twee terreinen. In Leiden ging het om de intra-uteriene transfusie (IUT) bij foetale anemie. In de verzekeringsgeneeskunde gaat het om werk en gezondheid.

Intra-uteriene transfusie

Als de afweer van een zwangere antistoffen vormt tegen de rode bloedcellen van haar kind, kan het kind ernstige bloedarmoede krijgen. Onbehandeld leidt dat tot hydrops en soms tot perinatale sterfte. De hoeksteen van de behandeling is een intravasculaire bloedtransfusie in de baarmoeder. In de onderzoeksperiode was Leiden daarvoor het landelijke verwijscentrum.

Haar overzichtsartikel uit 2014 zet de indicaties en complicaties van de ingreep op een rij. In 2013 liet zij zien dat het perinatale verlies hoger is als de behandeling vóór 20 weken zwangerschap moet beginnen. Later droeg zij bij aan de analyse van 1678 transfusies over 27 jaar.

De auteurs stelden in 2011 vast dat de leercurve van de ingreep nog niet was onderzocht. Zij paste cumulative-sum-analyse (CUSUM) toe op de prestaties van vier operators over ruim twintig jaar. De methode bleek geschikt om een leerfase te volgen en prestaties op lange termijn te bewaken.

Na het protocol uit 2010 volgde de LOTUS-studie: 291 kinderen, onderzocht met gestandaardiseerde ontwikkelingstests. Ernstige hydrops vóór de behandeling bleek de sterkste voorspeller van een ontwikkelingsstoornis. Vervolgstudies betroffen kwaliteit van leven, transfusie bij parvovirus B19-infectie en de lange-termijnuitkomst van een immunoglobulinetrial.

Het proefschrift uit 2015 bundelt dit onderzoek. Promotor was D. Oepkes, copromotores waren I.L. van Kamp en E. Lopriore.

Werk en gezondheid

Sinds zij verzekeringsarts is, schrijft zij over werk en gezondheid. Het nascholingsartikel Arbeidsgerichte zorg richt zich op de behandelaar: wie problemen rond werk en gezondheid op tijd herkent, kan werkvermogen en herstel bevorderen. Zo bereikt arbeidsgerichte zorg ook patiënten die geen bedrijfsarts of verzekeringsarts zien.

In de Commissie Wetenschap van de NVVG toetst zij met collega's richtlijnen, standaarden en protocollen op kwaliteit en relevantie voor het vak.